Pranu Mettedu en Hotel Arbatasar
Beste vrienden,
Vandaag rijden we door het ruige binnenland van Zuid-Sardinië naar Tortoli aan de oostkust. Het binnenland is vooral leeg. Sardinië beslaat iets meer dan de helft van de oppervlakte van Nederland, maar heeft meer dan tien keer zo weinig inwoners. En de meeste mensen wonen in en rond Cagliari.
Onderweg doen we Pranu Mettedu aan, dat zich trots het Stonehenge van Sardinië noemt. En ruwweg stamt het ook uit dezelfde periode: de jonge steentijd.
Er zijn hier weer rijen menhirs te bewonderen en verschillende soorten grafmonumenten: de oudste zijn kamers die uitgehouwen zijn in de zachte rotswand, de Domus de Janas (house of fairies), maar er zijn er ook die vrijstaan en opgebouwd zijn uit blokken steen. Ze lijken een beetje op de Drentse hunebedden, zij het dat het hier gaat om zachte zandsteen en geen keiharde zwerfkeien uit de ijstijd. We kennen mensen die alle hunebedden hebben bezocht (inclusief die in Groningen). Om alle menhir velden in Sardinië te bezoeken heb je aan een paar weken niet genoeg.
Uiteindelijk bereiken we Tortoli, of om precies te zijn de subgemeente Arbatax met een mooie jachthaven. Hier checken we in in Hotel Arbatasar, een poepiedeluxe bedoening.
Na wat luieren aan het zwembad gaan we nog de rode rotsen (Rocce Rosse) bekijken, die mooi opgloeien in de ondergaande zon.
En dan is het tijd voor een Aperol-spritz op het terras van hotel Arbatasar ...
... en aansluitend een dineetje met tonijn carpaccio, een octopus salade, spaghetti met vongole (schelpen) een heerlijk frisse witte vermentino, en natuurlijk sebadas toe. De honing is wat aangescherpt met peperonici.

1 reacties:
Sardinië is veel en veel groter dan we dachten! Weer genoten van het blog!
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage